Bezwaar bestemmingsplan PDF Afdrukken E-mail

 

 

Hierbij dient de Vereniging tot behoud van Usselo en de Usseleres zienswijzen in ten aanzien van het Ontwerp-bestemmingsplan Bedrijventerrein Usseleres. Daarbij zal ook ingegaan worden op de MER die aan het Ontwerp- bestemmingsplan ten grondslag is gelegd.

Daar het gebouw net zo sterk is als de fundamenten dat toelaten, zal ik eerst op de MER en de onderliggende rapporten ingaan voordat de zienswijzen die zich richten tegen  het Ontwerp- bestemmingsplan worden weergegeven.

 

1

 In het bestemmingsplan en de MER is gebruik gemaakt van het rapport van Ecorys van 2005. Ten tijde van het ter inzage liggen is er reeds een actualisatie van dat rapport, eveneens door Ecorys van 2008. In dit nieuwe rapport zijn de laatste ontwikkelingen meegenomen waaruit blijkt dat er minder behoefte aan bedrijventerreinen is dan in het rapport van 2003 is vermeld. Inmiddels heeft een inventarisatie van bedrijventerreinen plaatsgevonden (Bouwen aan een duurzame Toekomst- Vastgoedrapportage Twente 2009) waaruit blijkt dat er in Enschede een harde planvoorraad aan kantoren is van 133.900 m2.

Aan bedrijventerreinen, volgens de laatste cijfers van Stadsregio Twente, is er een aanbod van 679,5 hectare. Indien XXL daarbij wordt opgeteld leidt dat tot een totaal aanbod tot 2020 van 764,6 hectare. De geraamde netto behoefte wordt door Twente geraamd op 631,45 hectare. Dit houdt in  dat nu reeds een overschot van 133,15 hectare in 2020 bestaat. Een behoefte aan Usseleres is derhalve non existent. Daarnaast is inmiddels ingestemd met de ontwikkeling van een bedrijventerrein bij vliegveld Twente. De capaciteit daarvan is nog niet opgenomen in de hiervoor genoemde cijfers. De netto uitgeefbare grond voor een bedrijventerrein bij het vliegveld is nog niet gegeven.

2

In de MER zijn een aantal verkeerde aannames opgenomen die tot een andere uitkomst zouden hebben geleid indien die wel waren mede beoordeeld. Het betreft:

A

Er bestaat een verschil in berekening van behoefte aan bedrijventerreinen tussen de regio, de provincie, het Rijk en de gemeente Enschede. In de gemeentelijke visie uit 2001 zijn de meest ruime cijfers gehanteerd, die inmiddels blijkens het onderzoek van Ecorys uit 2008 achterhaald zijn.

B

De keuze voor de Usseleres dateert uit 1995 op basis van een toen opgestelde MER. Inmiddels zouden deze locaties achterhaald kunnen zijn en zouden er nieuwe locaties te voorschijn gekomen kunnen zijn. Dat is niet in de nieuwe MER beoordeeld. Ook de afgenomen behoefte blijkend uit de inventarisatie van Zijlstra makelaars uit 2009 en het rapport van Ecorys geven aan dat de uitgangspunten met betrekking tot de behoefte en de beschikbaarheid inmiddels geheel anders liggen dan in 1995. In de MER is daar op geen enkele wijze aandacht aan besteed. De MER zou op dit punt geactualiseerd moeten worden. Dit volgt uit de uitspraak van de Raad van State inzake Kernhem/Ede uit 2001.

C

Inmiddels zijn de meeste bedrijven die locaal een nieuwe vestiging zochten verhuisd. Doordat het Rijksbeleid in de Nota Ruimte voorrang geeft aan hergebruik van de vrijkomende percelen zou eerst een uitgebreide inventarisatie van de mogelijkheden van inbreiding en revitalisering moeten plaats vinden. Dit is in het kader van de MER niet gebeurd.

De behoefte is daardoor (voor wat betreft nieuwe terreinen) te hoog opgevoerd.

D

In een inventarisatie van de leegstand aan bedrijfspanden in Twente is recent gebleken dat er 646.000 m2 leegstand is in de regio Twente. In Enschede staat 427000 m²  aan bedrijfspanden en kantoren leeg. Hiervan zijn 254000 m2 getypeerd als kantoor. Daar de Usseleres eveneens voor kantoorruimte is bedoeld, bestaat er geen enkele behoefte aan de ruimte. Ook hier dient de voorkeur aan revitalisering van bestaande bedrijfspanden en kantoorgebouwen besteed te worden voordat nieuwe stedelijke uitleg voor dit soort gebouwen wordt benut. Een adequaat overzicht van de reeds beschikbare (middels leegstand) bedrijfsterreinen en kantoorpanden ontbreekt.

E

Tussen de Ministers van VROM en Economische zaken, de provincies en de grote gemeenten is kortgeleden een convenant gesloten op grond waarvan voorrang dient te worden gegeven aan de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen. Juist in Twente/Enschede waar veel oude bedrijventerreinen vrijkomen, kunnen de binnenstedelijke  bedrijventerreinen voor deze nieuw vestigingen hergebruikt worden.

F

In de Nota Belvedère is de Usseleres als waardevolle grootste kranses van Europa voor een speciaal beschermingswaardig landschap aangewezen. Dit was overgenomen in het Streekplan Overijssel. In eerdere versies van het bestemmingsplan en de MER viel die aanduiding nog te vinden. Door het niet meer te noemen is het niet zo dat er plots geen sprake meer is van het beschermingswaardig zijn van de grootste kranses van Europa.

G

In het plan wordt aangegeven dat men wil werken met een gesloten grondbalans. Dat kan niet anders dan betekenen dat de bolling van de es wordt afgegraven om elders suppleties te kunnen uitvoeren. Hierdoor gaat het historische landschap verloren.

H

De Usseleres heeft de beste landbouwgronden rond Enschede. In de overwegingen in de MER wordt geen enkele aandacht aan dat aspect besteed bij de nuloptie. Dit had een aanvullende grond voor het behoud van de es kunnen zijn.

I

In de overwegingen wordt aangegeven dat met de aanleg van het bedrijventerrein een betere invulling aan de ecologische verbinding zou kunnen worden gegeven. Dit is onwaar. Door behoud van de openheid van de es zal het ecologische evenwicht op de es in stand blijven.

J

In het plan is opgenomen dat er houtwallen op de es zullen worden geïntroduceerd. Dit is niet historisch verantwoord op de es die juist door de open bolling zijn historische en landschappelijke kwaliteit heeft.

K

Bij de ambities voor bedrijfslocaties wordt aangegeven dat kantoren eveneens op de es zullen worden gepland. In de Nota Ruimte ( en daarvoor reeds in de Vierde Nota Extra) is benadrukt dat kantoorgebouwen juist op locaties in de nabijheid van stations moeten worden ontwikkeld. In het centrum van Enschede zijn enige terreinen die zich daar voor lenen. Daar wordt bij de ambities niet aangesloten. Zie daarvoor ook de convenant inzake het hergebruik van binnenstedelijke locaties.

L

In het overzicht de te ontwikkelen bedrijventerreinen is nog geen rekening gehouden met het feit dat het vliegveld Twente (beperkte opzet) niet doorgaat. Daardoor zal het vliegveld worden ontwikkeld als bedrijventerrein.

M

Het bedrijventerrein Businesspark XL bij Almelo is speciaal opgericht om ruimtevragende bedrijven uit geheel Twente te huisvesten. Een aanvullende voorziening bij Enschede op de Usseleres doet afbreuk aan het zuinige grondgebruik voor industrie dat juist wordt geambieerd door de voornoemde convenant.

N

Op pagina 17 is een lijst van harde plannen weergegeven. Deze lijst is inmiddels achterhaald. Er is reeds meer capaciteit.

O

De Usseleres is een gebied dat niet ontsloten is met spoor en bus. Over de Haaksbergseweg rijdt een buslijn. De locatie voldoet daarmee niet aan criteria die gesteld mogen worden aan een terrein met een omvang als gepland. Hierdoor is de locatie aangewezen op automobiliteit.

P

Op pagina 27 het vierde gedachtenpuntje: Er moet voldaan worden aan vier karakteristieken. Een daarvan is het behoud van de open bolling. Juist deze bolling wordt afgevlakt ( punt G) de openheid zal verdwijnen door bebouwing ( zie hierna punt P) en toevoeging van houtwallen ( zie J).

Kortom, aan de randvoorwaarden wordt niet voldaan.

Q

In het schema van pagina 29 wordt aangegeven dat de cultuurhistorische waarden moeten worden beschermd op grond van de Nota Belvedère. In het MER wordt daar verder niet meer op terug gekomen. Wel wordt de cultuurhistorische open bolling van de es aangetast. Dit is in strijd met Belvedère.

P

Pagina 65 vermeld onder 1 dat de es verloren gaat. Bij de verkaveling wordt de contour van de bolling gevolgd. Dit houdt in dat de eerste bebouwing het zicht ontneemt op de verdere bolling. Voor het zicht lijken de achterliggende gebouwen eenvoudig weg hoger gebouwd te zijn.

Het argument dat de bolling door de inrichting van de randen van de es, met wadi en bebouwing verzelfstandiging van de bolling zou betekenen is onzin. Woorden zijn geduldig.

Wel klopt de conclusie:

De gebolde leegte kan helaas niet worden bewaard!

R

Op pagina 67 wordt vervolgens gesteld dat (laatste alinea) de kleinschaligheid, bebouwing, houtwallen en bosschages worden behouden. Slechts de beken en enkele bestaande wegen blijven behouden.

Kortom, slechts op een luchtfoto zal straks aan de hand van de verschillende soorten verkaveling en bebouwing een onderscheid tussen de krans en de es zichtbaar zijn.

S

Op pagina 83 wordt een fraai staaltje oorzaak en gevolg verwisseling weergegeven. Eerst wordt gesteld dat op grond van de kaderrichtlijn Water de kwaliteit van de beken zal verbeteren en vervolgens heeft het bestemmingsplan een invloed van kwaliteitsverbetering op de kwaliteit van het oppervlakte water. Dit heeft een positief effect op de vissen en de amfibieën in de Usselerstroom.

Deze kwaliteitsverbetering is uitsluitend toe te schrijven aan Internationaal rechtelijke verplichtingen en niet aan het plan dit gebied te bebouwen. Daarvan wordt zelfs gemeld dat de bebouwingstoename een beperkt negatief effect zal hebben op de soorten van de open es. Hierbij wordt voorbij gegaan aan het verdwijnen van leefgebied van kievit, patrijs en verschillende roofvogels. Dit is geen beperkt effect.

T

Op pagina 86 wordt aangegeven dat het behoud van de eenheid van de zuidelijke en noordelijke es voorop staat. Op pagina 87 staat vervolgens:

Het noordelijke deel van de es ligt ecologisch gezien geïsoleerd door de grote wegen die de es omgeven. (….) de ontwikkeling (pag 88) van de bolling van de es tot bedrijventerrein , de ontwikkelingen in de kransen, de ontwikkeling van het houtwallenlandschap en het aanbrengen van de ecologische verbindingen hebben uiteraard allen hun weerslag op de aanwezige al dan niet beschermde diersoorten.

U

De filedruk bestaat niet vanuit de Usseleres maar bestaat reeds. Ter hoogte van Intratuin staan reeds veelvuldig files. Door toevoeging van het bedrijventerrein Usseleres zal de verkeersdruk met name in de spits toenemen. Indien dat niet het geval zou zijn heeft het geen zin om de Usseleres te ontwikkelen daar er daarmee geen extra werkgelegenheid wordt gecreëerd. Die3 werkgelegenheid is nu juist een der belangrijke doelen van het bestemmingsplan.

 

Concluderend

Het MER en het bestemmingsplan zijn niet evenwichtig en zorgvuldig voorbereid.

De keuze voor de aanleg van een nieuw bedrijventerrein is eerst bepaald en vervolgens heeft men argumenten bedacht waarmee men weg denkt te komen.

Door de demografische ontwikkelingen in Nederland en Twente in het bijzonder zal de werkgelegenheid in de planperiode afnemen. De behoefte aan bedrijventerreinen zal eveneens afnemen. Daarnaast is een onjuiste weergave van de bestaande capaciteit opgenomen in de onderbouwing van de noodzaak om nieuwe bedrijfsterreinen te ontwikkelen.

 

Door alle bovenstaande opmerkingen is het (Ontwerp) besluit onzorgvuldig voorbereid. Dit zelfde geldt voor de MER.