Visie op behoefte bedrijventerrein, Input Belvedere Usseler Es PDF Afdrukken E-mail

 - Input Mathieu van Woerkom casus Usseler Es, cursus Belvedere -

1. Bedrijventerreinen algemeen

Bedrijventerreinen zijn van belang voor de Nederlandse economie. Ongeveer 31% van de Nederlandse

werknemers werkt immers op een bedrijventerrein. Tegelijkertijd en in samenhang hiermee is het

van belang dat de ‘verrommeling’ van het landschap een halt wordt toegeroepen. Er ligt voor de overheid

een opgave om aandacht geven aan de ruimtelijke kwaliteit en de duurzame ontwikkeling van

bedrijventerreinen (zie Kabinetsbrief EZ en VROM, 2007).

In Nederland worden door verschillende partijen ontwikkelingen waargenomen, die vragen om een

nieuwe aanpak. Zie bijvoorbeeld het advies van de VROM-raad uit 2006. Ook in de ruimtelijkeconomische

wetenschap is er aandacht voor de 'problematiek' van bedrijventerreinen: het boek

"Planning van bedrijventerreinen" (Needham e.a., 2004) geeft een goede analyse van de stand (en

gang) van zaken rondom bedrijventerreinen, en poogt suggesties te doen hoe het beter kan. Ook onderzoeken

die in opdracht van het rijk zijn gedaan door Haskoning, Stogo, DHV en het Ruimtelijk

Planbureau verschaffen interessante inzichten.

Noemenswaardige constateringen uit bovenstaande bronnen, die wellicht bij een zienswijze over de

Usseler Es kunnen worden aangehaald teneinde de onderbouwing van de programmatische wensen

van de gemeente Enschede onderuit te halen, zijn:

- In veel segmenten en Nederlandse regio's is sprake van een

 

 

gebrek aan schaarste

aan bedrijventerrein,

waardoor (grond)prijzen kunstmatig laag blijven. Door een verstoorde voorraadsturing

komt beheer en onderhoud op de terreinen door gemeenten onder druk te staan en komt bovendien

ook herstructurering moeilijk van de grond. Wegens de lage (grond)prijzen blijkt het voor bedrijven

immers vaak makkelijker en goedkoper om te verhuizen naar een nieuwere locatie, die beter

aansluit bij de eisen van de tijd. De achterblijvende grond, opstallen en omgeving hebben zo

weinig waarde en uitstraling, dat hoogwaardig hergebruik nauwelijks aan de orde is. Deze lage

waarde heeft ook tot gevolg dat kwalitatief investeren in bedrijfsruimte niet aantrekkelijk is, met alle

gevolgen voor de uitstraling van dien, waarmee verhuizing naar nieuwere terreinen voor een

bedrijf al snel de meest aantrekkelijke optie wordt: een vicieuze cirkel.

- Overigens zijn de (kunstmatig) lage prijzen voor bedrijventerreinen geen essentieel aspect in de

stimulering van economische groei. Uit gegevens van het CBS blijkt immers dat slechts een zeer

klein deel (ca. 1%) van de totale kapitaaluitgaven van productiebedrijven voor rekening komt van

de grondkosten. Needham e.d. (2004) constateren dat zelfs door een verdubbeling van de prijs

van grond economische activiteiten nauwelijks zouden verminderen.

- In een recente studie van het Ruimtelijk Planbureau naar

 

 

bedrijfsverplaatsingen

(2007a) wordt

geconstateerd dat bedrijven die verhuizen harder groeien dan bedrijven die dat niet doen. Nieuwe

bedrijventerreinen lijken dus in een bepaalde behoefte te voorzien voor bedrijven die op de huidige

locatie niet meer kunnen uitbreiden. Door Needham e.a. (2004) wordt geconstateerd dat desondanks

de markt voor bedrijventerreinen vooral een verplaatsingsmarkt is: slechts 6% van de

vraag komt voort uit groei van bedrijvigheid.

 

 

Nieuwe bedrijventerreinen dragen dan volgens laatstgenoemde

bron dan ook weinig bij aan groei van de werkgelegenheid

 

 

.

- Een algemeen verschijnsel in Nederland is

 

 

concurrentie tussen gemeenten

; Veel gemeenten

willen graag álle bedrijvigheid binnen haar grenzen faciliteren. Gemeenten kunnen en/of durven

daarbij geen keuze te maken in acquisitie. Gemeenten zijn vaak echter te klein om verschillende

typen bedrijventerrein tegelijk aan te bieden, waardoor sprake is van veel aanbod van overal dezelfde

matige en fantasieloze terreinen. Dit sluit niet aan op een groot deel van de vraag van bedrijven.

Fixatie op (over)aanbod en prijsconcurrentie wordt ook door Needham e.a. (2004) geconstateerd

als belangrijk aandachtspunt.

- Aandachtspunt is een aanstaande

 

 

demografische krimp

, en de algemene verwachting is dat dit

zal resulteren in afnemende ruimtebehoefte voor reguliere bedrijvigheid vanaf ca. 2020. Reeds dit

jaar doet zich in bepaalde gebieden al krimp van de (beroeps)bevolking voor. Daarenboven blijkt

dat zelfs in geheel Nederland op termijn een daling in de vraag naar bedrijfsgrond wordt verwacht

(zie VROM-raad, 2006).

 

 

Gegevens die het belang aangeven van het zeer bewust en zuinig omgaan

met de beschikbare ruimte

 

 

.

Al met al een aantal ontwikkelingen die de aanleg van een nieuw bedrijventerrein van maar liefst 55

ha in Enschede ondermijnen!

2. Usseler Es in het bijzonder

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het beeldkwaliteitplan zoals op de website van Enschede te zien is,

zeker niet slecht is. Er wordt een vrij hoog ambitieniveau nagestreefd, met name t.a.v. de bebouwing

in de krans van de es en bijvoorbeeld door de instandhouding van de Helweg.

Wel is het zo dat de gehele (noordelijke kant van de) es bebouwd wordt, waarmee het karakteristieke

hoogteverschil van de es

 

 

onherroepelijk en onherstelbaar geweld aan wordt gedaan

. Bouwhoogtes

van bedrijfsgebouwen op de es zouden immers in hoogte mogen variëren tussen de 7 en 15 meter.

Hiermee zal de karakteristieke bolling in het landschap visueel geheel verdwijnen.

Voorstel kan zijn om de gematigde, landschappelijk goed in te passen plannen voor de krans (zie afbeeldingen

hieronder) van de es uit te breiden naar gebied ten zuiden van de snelweg, om zodoende

'

 

 

wisselgeld

' te creëren voor het onbebouwd laten van de feitelijke es. Een verdichting in het lint, met

een passende uitstraling, is landschappelijk en cultuurhistorisch te verantwoorden.

3. Conclusie

Gezien het bovenstaande bij zienswijze bestemmingsplan Usseler Es inzetten op:

- Vraagtekens zetten bij programmatische behoefte bedrijventerrein;

- Bedrijfsterreinuitbreiding, indien echt noodzakelijk, in de krans concentreren en de es vrij houden.